Gisteravond kwamen Gonnie en Ger eten. Zij hadden ons een paar weken geleden getrakteerd op een superetentje bij Mezzo in Braamt, het beste Italiaanse restaurant in de regio, dus de uitdaging was duidelijk: het moest Italiaans worden, het moest een echt etentje worden en het moest duidelijk uit ‘mijn keuken’ komen.
Dat we met iets bruscetta- of crostini-achtigs zouden beginnen was voor mij meteen duidelijk. Deze keer werd dat bruscetta met prosciutto en pomodori. Simpel en altijd goed. Als voorgerechtje had ik aanvankelijk een Vitello Tonnato bedacht. Maar ja, de impuls om dit etentje te organiseren ontstond op zaterdagochtend om 11.00 uur en om 19.00 uur zouden onze gasten al komen. Dus even een mooi stuk kalfsvlees op de echt Italiaanse manier bereiden was tijdtechnisch niet haalbaar en om nou met kant-en-klare fricandeau te werken, tsja, dat is toch niet echt mijn stijl. Bij de Appie zag ik pakjes met gerookte eendenborst liggen, dus werd het eendenborst met tonijnsaus ofwel Anitra Tonnato.
Meng een blikje tonijn met twee eetlepels mayonaise, een eetlepel crème fraiche, een eetlepel kappertjes en een hand gehakte platte peterselie. Pureer het mengsel met een staafmixer of in de keukenmachine. Er moet een dikke saus ontstaan. Voeg vers gemalen peper en zout toe om het op smaak te brengen.
Neem twee pakjes gerookte eendenborst en verdeel deze over vier bordjes. Voeg een paar flinke lepels tonijnsaus toe en garneer met rucola.
Nog leuker: neem 16 amuselepels. Leg op elke lepel twee plakjes eendenborst, wat tonijnsaus en rucola. Een prachthapje dat echt super smaakt. Voor mij weer zo’n mooi voorbeeld van ‘lekker makkelijk lekker’.
De andere gerechten van dit etentje waren mijn altijd succesvolle Parmigiana, een heerlijke risotto met gamba’s en Bert zorgde voor het toetje: citroensorbetijs met mango, limoncello en prosecco. Ach, het voelde weer een beetje als zomer.
We zijn net terug van een weekje Toscane. Genoten van het prachtige land, de gastvrije Italianen en natuurlijk van de keuken die het dichts bij mijn hart ligt. Oké, ik had na die week wat kilootjes meer mee te dragen (ben ze gelukkig al weer kwijt), maar, wow, wat kan lekker eten toch simpel zijn. Als je maar met de goede ingrediënten werkt en met je hart kookt. Nou, dat vind ik dus niet moeilijk. Ik houd niet voor niet van lekker makkelijk lekker.
Bij de borrel – aperitivi- verwennen ze je graag met allerlei lekkere hapjes. Crostini, wat plakjes prosciutto, de lekkerste olijven, en vooruit, voor de simpele snackers, een bakje chips 😉
Ik neem als ik een feestje geef, graag een voorbeeld aan deze mooie gewoonte. Hoewel, ik heb wel de neiging me nog iets meer uit te sloven. Maar dat is omdat ik zo graag in de keuken sta.
Voor Jims feestje besloot ik heel veel verschillende crostini’s te maken. Een paar succesrecepten, zoals de crostini met aubergine en ansjovis en een crostini met gorgonzolacrème, prosciutto en zongedroogde tomaatjes. Een paar simpele bijna traditionele crostini’s, eentje met kleingesneden tastytomaatjes gekruid met fijngehakte verse basilicum en oregano en eentje met gemarineerde gegrilde paprika’s, maar de topper van de dag was een nieuw probeersel: crostini met rivierkreeftjes en kruidenpanade. Niet Italiaans maar wel superlekker.
Maak een kruidenpanade door een teentje knoflook, handvol pijnboompitten, sneetje (oud) witbrood en handje platte peterselie fijn te maken. Ik gebruik hiervoor mijn keukenmachine, maar met een staafmixer of zelfs met de hand kan natuurlijk ook. Maak smeuïg met wat olijfolie en breng op smaak met peper en zout. Meng een doosje rivierkreeftjes, met twee in dunne ringetjes gesneden bosui en een klein bekertje crème fraiche. Breng ook dit op smaak met peper en zout. Besmeer 20 dunne plakjes stokbrood met het rivierkreeftjesmengsel. Bedek de broodjes met kruidenpanade. Zet een kwartiertje in de een oven van 200 graden.
Tip: maak een dubbele hoeveelheid want ze vliegen weg. Veel te lekker. 😉
Een andere topper was de crostini met citroenroom en gerookte zalm. Meng hiervoor een klein bekertje crème fraiche met de geraspte schil van een (schoongeboende) citroen. Voeg wat citroensap toe naar smaak en heel veel vers gemalen peper. Geen zout toevoegen! De zalm is zout genoeg. Bestrijk 20 dunne plakjes stokbrood met wat olijfolie, bak deze 8 minuten in een oven van 200 graden. Laat iets afkoelen. Smeer wat citroenroom op de broodjes en leg op elk plakje een stukje gerookte zalm. Ach, lekker kan zo simpel zijn.
Gisteren voor mijn verjaardagsfeestjes twee mooie tomatensalsa’s gemaakt die ik even vast moet leggen. Omdat ze gewoon te lekker waren om te vergeten.
Het begon eigenlijk met en kilootje prachtige ‘smaaktomaatjes’. Van die mooie rooie, die je qua geur en kleur al vergezichten geven van ‘lekkerder kan niet’. Eigenlijk wilde ik daarmee gewoon één grote bak salsa maken. Altijd fijn met wat simpele tortillachips erbij, of nog beter, lekker brood eronder.
Maar goed, toen ik de hele kilo tomaten van pitten had ontdaan en in piepkleine blokjes had gesneden, kreeg ik het idee dat een beetje variatie ook geen kwaad kan. Daarom eerst maar eens de tomatenblokjes verdeeld over twee kommen. De eerste kom kreeg een pittig ‘traditioneel’ accent: een handvol fijngesnipperde rode ui, een lepeltje gehakte knoflook, een fijngesneden rode peper (gisteren waren de verse rode pepers helaas uitverkocht, dus mijn alternatief was een flinke kneep ‘verse’ rodepeperpasta uit zo’n tube van de Appie, altijd handig), een bosuitje in dunne ringetjes, het sap van een halve citroen, een scheut goede olijfolie, een handvol verse gehakte koriander en wat peper en zeezout naar smaak. Uurtje of wat laten trekken (niet in de koelkast!) en klaar.
Omdat ik ook nog anderhalf ons Hollandse garnalen in de koelkast had liggen, kreeg de tweede helft een wat zachter karakter. Oké, wel wat gesnipperde rode uitjes erbij, citroensap en olijfolie, flink wat vers gemalen peper en een beetje zout. Oppassen, want die garnalen geven zelf al een aardig zout accent. De finishing touch zat in een flinke hand vol gehakte platte peterselie. Gewoon weer zo’n voorbeeld van lekkermakkelijklekker
Beide bakken waren in no time leeg, dus volgens mij vielen ze wel in de smaak.
Gisteren tijdens de lunch met Thom kwamen we natuurlijk ook even op succesrecepten. Koken is een gedeelde passie. Hij hield niet zo van makreel, zei hij. Tsja, dat kent hij mijn makreelsalade met mierikswortel nog niet. Daarom, speciaal voor Thom, het bewijs dat makreel super kan zijn:
Een gerookte of gestoomde makreel schoonmaken (of zijn ze nou gerookt én gestoomd, die hele Puur&Eerlijk-makrelen die je bij de Appie koopt?). De vis los maken met 2 forse theelepels mierikswortel en 2 eetlepels crème fraiche, alles goed mengen tot een smeerbaar geheel. Handvol geschaafde amandelen toevoegen en nog even luchtig doorroeren.
Heerlijk als smeersel op geroosterd casinobrood of op een crostini. Ook lekker om in een wrap te rollen. Dan doe ik er vaak wat rucola bij. Ach, variaties te over, altijd lekker makkelijk lekker!
Gisteren vroeg @anniesjoop mij naar mijn tapasrecepten. Ik wilde spontaan naar mjin kookblog verwijzen maar zag dat ik er hier nog niet veel heb staan. Shame on me.
Daarom hier vast eentje, voor de vroege zondagmorgen. Altijd succes. Dus.
Marineer 10 kleine lamsbiefstukjes in olijfolie, beetje citroensap, knoflook, mosterd, peterselie wat peper en zout (of ontdooi een doos lamsbiefstukjes van de Appie, wel zo makkelijk en erg lekker).
Maak intussen een panade door twee witte boterhammen te verkruimelen in de hakmolen. Voeg hierbij een handvol gehakte platte peterselie, een handvol gehakte basilicum, een forse eetlepel mosterd en twee eetlepels olijfolie. Nog even goed mengen en klaar is je panade.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Halveer de biefstukjes en zet een grillpan op hoog vuur. Laat goed heet worden. Grill de biefstukjes snel bruin aan beide kanten. Haal ze meteen weer uit de pan en leg ze op een bakblik. Verdeel hierover de panade en druk goed aan. Zet het bakblik een minuutje of 7 in de oven tot de panade licht begint te kleuren. Niet te lang anders gaan de biefstukjes te hard. Ze moeten wel mooi rose blijven.
Serveer de biefstukjes met tapasprikkers of op een klein bordje!
Kreeg gisteravond een tweetje van Nadine: of ik het recept van die heerlijke auberginehapjes voor haar had. Realiseerde me dat dit succesrecept eigenlijk wel een plek op mijn kookblog verdient.
Nodig: aubergine, stokbrood, mozzarella, ansjovis, olijfolie en oregano. Hoeveelheden hangen af van hoeveel je wilt maken 😉
Snijd de aubergine in plakken van ongeveer 1 cm en laat ze een half uurtje bestrooid met zout uitlekken in een vergiet. Dep ze droog, bestrijk ze met een beetje olie en leg ze onder de grill of in een hete grillpan tot ze zacht en bruin zijn. Leg de plakken op keukenpapier.
Verwarm de oven voor op 200 graden. Snijdt het stokbrood in dunne plakken, leg ze op een bakplaat en bestrijk ze met wat olie. Zet ze ongeveer 10 minuten in de oven tot een beetje kleuren (wel in de gaten houden ze mogen te hard gaan). Laat ze even afkoelen.
Snijd intussen een bolletje mozzarella in dunne plakjes en halveer de ansjovisjes.
Beleg de crostini’s met de aubergineplakken (halveer eventueel de plakken om ze passend te krijgen). Leg hierop een plakje mozzarella en en stukje ansjovis. Strooi eventueel nog wat oregano over de crostini’s en zet 10 minuutjes in de hete oven tot de mozzarella gesmolten is. Direct opdienen. Pas op dat je je vingers er niet bij op eet.
Recente reacties